De invloed van technologie op het Onderwijs

november 22, 2007

Hoe ziet de technologie er over 10 jaar in het onderwijs uit?

Feit is dat de digitale wereld bijna niet meer uit onze maatschappij weg te denken is. Journalisten vertrouwen blind op Google. Wikipedia, de online encyclopedie trekt meer lezers dan de New York Times. Op eBay verhandelen mensen meer dan 25 miljoen objecten per dag, dat aantal is even hoog als wat de grootste multinationals verhandelen.

Door Viola van Alphen

Volgens Charles Leadbeater (innovatie expert en auteur van “We-think: The power of mass creativity”) hielden de economische theorieën dit niet voor mogelijk, de verwachtingen waren dat consumentisme en grote kapitalistische bedrijven de boventoon zouden blijven voeren. Toch blijken er grote groepen mensen te zijn die vrijwillig werken aan de creatie van complexe producten en diensten waarop miljoenen mensen iedere dag vertrouwen, zonder financiële wensen of strakke leiding.

Dat haalt de organisatietheorieën onderuit: er blijkt orde te kunnen bestaan zonder leiding, en zonder een organisatie te zijn, kunnen we toch georganiseerd zijn. De orde en communicatie komt vanuit de communities zelf, creating a community of learners is niet voor niets deel van de onderwijsvisie van de VU.

Mensen zien zichzelf altijd als middelpunt in een heel netwerk, het community gevoel speelt daarop in. Mensen houden van vrij kunnen kiezen en van autonomie. De manier waarop we informatie opnemen, bepaalt hoe we de wereld zien. Massamedia lijkt gestuurd door de wensen van het grote publiek, er lijkt maar weinig plaats voor diversiteit in de traditionele media. Er is niet genoeg tijd, geld en capaciteit om de diversiteit van iedereen de ruimte te geven.

Bovendien vinden veel mensen het erg leuk om te produceren en geen passieve consument te zijn (al moeten ze hiertoe soms wel even worden overgehaald). Traditionele mediakanalen zitten snel vol: sinds het internet kan iedereen publiceren, filmen, produceren. Niet zelfbelang, financiële vergoeding, behoefte aan macht en status leidt mensen, ook niet-markt gerelateerde sociale vormen van productie werken goed omdat mensen zo hun passies, interesses en kundes kunnen uiten.

Hiernaast is volgens Leadbeater sociale productie van media ook goed voor democratie en de kwaliteit van het openbaar debat. Openbare media maakt het gemakkelijker voor mensen te uiten wat ze willen zeggen en om zich te organiseren, vrij te associëren en zelfregulatie.

Verder zorgt deze nieuwe vorm van media voor gelijkwaardigheid en globale ontwikkeling. Waarom zou voor internationale ontwikkeling voedsel, schoon drinkwater en medicatie niet veel belangrijker zijn? Yochai Benkler schrijft in “The Wealth of Networks”:

“Information, knowledge and culture are core inputs into human welfare. Agricultural knowledge and biological innovation are central to food security. Medical innovation and access to its fruits are central to living a long and healthy life. Literacy and education are central to individual growth, to democratic self-governance, and to economic capabilities. Economic growth itself is crucially dependent upon innovation and information. For all these reasons information policy has become a critical element of development policy and the question of how societies attain and distribute human welfare and well-being. Access to knowledge has become central to human development.”

Open source communities blijken zo succesvol omdat ze alleen al aan drie belangrijke werkvoorwaarden beantwoorden: hoe het gelijktijdig motiveren, coördineren en innoveren van mensen.

Creativiteit is volgens Leadbeater het antwoord op alle vraagstukken. Creativiteit leidt tot innovatie, zelfvoldoening, zelfontplooiing, een verbeterde democratische openbare discussie.

Creativiteit komt niet vanuit een paar begaafde personen, maar vanuit samenwerkingen en verschillende ideeën en debatten. Innoveerders bouwen bruggen tussen bepaalde ideeën, in een tijd waarin fushion hot is, zijn nieuwe combinaties het nieuwe code woord.

Goed, creativiteit in combinaties, open netwerken is dus waar de laatste ontwikkelingen op internet heen gaan. Maar hoe zit het nu precies met het onderwijs? Gaan we daadwerkelijk naar een situatie toe waarin elke student zijn eigen leerstof van over de hele wereld samen stelt met minder massa gevoelens en meer persoonlijke ontwikkeling? Kan er een structuur mogelijk zijn waarin dit toekomstbeeld reëel gaat worden, of zitten hier vele haken en ogen aan?

Op de VU merken we al dat studieboeken en wetenschappelijke artikelen digitaal te verkrijgen zijn, er is sneller te zoeken in journals, door de goede tags (zoekwoorden) en dus zal de wetenschap zich hopelijk met een versneld tempo kunnen ontwikkelen. Wetenschap en kennis zullen toegankelijker zijn over de hele wereld, iedereen kan Google vragen stellen en zo alles leren. Open source systemen zullen meer aandacht krijgen, niet alleen in de software, maar ook in de wetenschap, zodat wetenschap en kennis weer van iedereen worden.

Een aantal praktische toepassingen van verbeterde technologie zijn bijvoorbeeld huiswerkservices in China, veranderde controle van tentamens, meer aandacht voor creativiteit en co-creativiteit in het onderwijs. Mensen leren al massaal filmpjes maken, dure apparatuur is nu al verkrijgbaar tegen consumentenprijzen. Niet alleen tekst is on demand, ook instructievideo’s zijn nu al standaard te vinden op internet bij elk nieuw computerprogramma. Er zullen wellicht door de digitaal te volgen colleges minder reistijden, files etc zijn.

Doordat ook het 3D internet opkomt, zullen browsers wellicht vervangen worden door 3D omgevingen met 3D communities, die browsers en messengers integreren. De software om 3D mee te bouwen bestaat nu al van het niveau dat zelfs op kleuterscholen gedoceerd kan worden: er kan gesleept worden met blokjes, cirkels en piramides, de primitieve vormen waarop al het 3D bouwen gebaseerd is. Deze blokjes kunnen uitgerekt worden of platgedrukt, en met een texture van een aantal tegeltjes of een plaatje van een raam, kan er direct een virtueel huis gebouwd worden.

Maar, wat zijn nu de tegenargumenten? Leidt dit internet dat zichzelf steeds overal in integreert wellicht tot een verminderde aandachtsspanne? De zapcultuur wordt opgevolgd door het multitasken en de gewenning van de hersenen hieraan. In musea wordt al druk geëxperimenteerd hoe stoffige uitleg en lange teksten korter en levendiger kunnen, door plaatjes te gebruiken, bewegende beelden en soms zelfs interactie. Op de VU worden theorieën ook vaak in powerpointsheets en plaatjes samengevat.

Zijn internet en nieuwe technologieën niet verslavend? Waren televisie en telefoon dat niet ook? Is niet alles wat nieuw en leuk is een hele poos verslavend, wanneer mensen in de ontdekkingsfase zitten?

Leidt al dat digitale leven niet tot een vervanging van het echte leven en van echte communicatie, die toch veel rijker is? Ook dit punt is te weerleggen wanneer het vergeleken wordt met telefoneren. Telefoneren is minder rijke communicatie dan fysieke ontmoetingen en is dan ook een aanvulling in plaats van een vervanging van “het echte leven”. En wat is “echt”, dragen mensen in het echte leven niet ook vaak een masker?

Over de auteur Momenteel werkt Viola van Alphen op de Rietveld Academie met studenten aan een actueel project in de fysieke en virtuele werelden. www.creativeconsultants.tk

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: