Economie gaat over de verdeling van goederen, door vraag en aanbod.
Echter, nu, in het digitale tijdperk, kost kopiëren van DVD niets, hooguit een beetje stroom.
Is dat nu diefstal en schending van intellectual property rights?

De kernvraag van de economie is gebaseerd op de schaarste van goederen en productiemiddelen en het beheer daarvan. In de economie gaat het over de optimale verdeling van schaarste, ofwel beperkt beschikbare goederen.
Economisch handelen ontstaat omdat men niet alles tegelijk kan hebben. Er moeten keuzes worden gemaakt.

Echter..
– muzikanten moedigen illegaal downloaden van muziek vaak zelf aan omdat ze zelf amper aan de muziek verdienen, meer inkomsten komen uit nevenactiviteiten zoals optredens.
– veel intellectual property rights zijn patenten van nieuwe uitvindingen, waar vervolgens helemaal niets mee wordt gedaan, iets wat gewoon wordt gepatenteerd en in de kast gestopt, met als doel een eventueel voordeel van de concurrent te voorkomen.
– mensen die naar de Bioscoop gingen om Lord of The Rings in grootbeeld te zien, deden dat echt niet omdat ze niet wisten hoe ze die film moesten downloaden.

Wat is er dan aan de hand?
Feit is dat de opkomst van digitale producten verandering teweeg brengt en er anders gekeken moet worden naar het lineaire product en verkoop, maar meer naar de diensten eromheen en doorwerkende waarden. De winst moet anders behaald worden.
Dell had al snel in de gaten dat in de nieuwe, maar toch inzakkende verkoop in de ICT industrie, procesverbetering leidde tot nieuwe voordelen. Ford had eveneens te kampen met een dip in de verkoop van iets dat een nieuwe trend leek te worden: de auto, en vond de lopende band als perfecte oplossing. Wat zou nu een verbetering zijn in dit proces van digitale kopieerbaarheid? Kan winst gehaald worden in de processtappen van de productie zelf of om de productie heen?

Men zou een zelf promotend systeem kunnen creëren, zodat deze gratis en gemakkelijk te kopiëren zaken zichzelf gaan promoten, niet alleen hun eigen product, maar ook een range eromheen.
Waarom, als het om de beleving gaat, gaan muzikanten niet veel meer in de merkkleding en films zitten zoals Madonna dat bijvoorbeeld eerder deed. Elke muzikant heeft een bepaalde stijl. Een band zou dit kunnen gebruiken om niet alleen T-shirts te laten printen van hun bandnaam met een mooi plaatje, maar een stap verder kunnen gaan. Zoals we nu al zien op Hyves, kan je jezelf omschrijven door de (merken) kleding die je draagt, door de muziek die je luistert, de films die je ziet.

Tegenwoordig staat de consument centraal en wordt de consument gevraagd met welk beeld hij zich wil associëren: die van de stoere Marlboro man, of gekleed in de wereldse kleuren van Benetton. Zelf presentatie is een centraal thema in de moderne economie en marketing. Het hebben van een iPod zegt tegenwoordig iets over jouw persoonlijkheid (of de sociaal gewenste versie van jouw persoonlijkheid).


Dat het over een stijl gaat, een gevoel dat de consument bij een bepaalde naam heeft, zien we ook terugkomen in de verbreding in producten die de laatste jaren gaande is: de Kruidvat, supermarkten en bouwmarkten bieden nu ook verzekeringen, telefoonabonnementen etc aan, de consument heeft een goed gevoel bij de uitstraling van de naam, en beslist op grond daarvan zijn andere producten daar ook te kopen.

Waarom staat er Beverly Hills op mijn tandpasta? Het gaat om de associatie.
Zodra Madonna of Barbie tandpasta uit gaat brengen, zullen veel kinderen hun ouders waarschijnlijk de oren van het hoofd zeuren.

Er worden nu al via MySpace downloads en concertkaartjes aangeboden. De Artic Monkeys zijn groot geworden via MySpace. Radiohead vond ook een manier om gebruik te maken van de nieuwe techniek en vertelde in directe communicatie via hun website aan de fans, dat ze zelf mochten bepalen hoeveel ze voor het album wilden betalen en dat ze het album zelf direct konden downloaden van de website.

Internet creëert een systeem van user generated profit, waarbij het de tussenpersoon overslaat. Het wordt steeds gemakkelijker om nieuwe producten te verkrijgen. Niet alleen de consument, maar ook de producent kan meer experimenteren en meer invloed uitoefenen op het eigen willen en succes. Er kunnen veel sneller pilotstudies gedaan worden, nieuwe producten gelanceerd worden en eenvoudiger uitgeprobeerd worden op de klant. Directe communicatie, directe marketing en feedback zijn allemaal mogelijk.

Toch is deze nieuwe manier van vraag en aanbod niet een heel nieuw fenomeen, het economische systeem verschuift naar een ander systeem. Het zorgt voor andere mogelijkheden en kansen.
Het enige wat steeds gebeurt, zoals bij elke nieuwe ontwikkeling, is dat eerst alles opgeblazen wordt, het tijdelijk instort en er steeds gezocht moet blijven worden naar nieuwe kansen (de succescurve). De auto is een succes geworden, al zag dat er in de jaren 30 heel anders uit. We gebruiken nog steeds auto’s, en de computer lijkt zelfs al niet meer weg te denken. De succesformule ligt in creatieve oplossingen. Zowel innovaties zelf als adoptie van nieuwe ontwikkelingen vereisen creativiteit.

De antwoorden voor een nieuwe positionering in een tijd waar producten gemakkelijk te kopiëren zijn liggen in de codewoorden creativiteit, stijl en zelf presentatie.

Viola van Alphen

www.creativeconsultants.tk

Advertenties

Al een paar jaar ging het gerucht, maar nu wordt het steeds sterker: tijdens sollicitaties is het normaal geworden dat je naam wordt gegoogled en nagezocht via Hyves. Brrr, een akelig idee… wanneer je zelf allerlei foto’s op internet hebt staan van niet al te florisante houdingen in de kroeg.

Cv’s worden ook slecht doorgelezen, vaak alleen kort doorgescand. Hoe kan je nu zorgen als sollicitant dat je een out standing cv hebt? Door een opvallende lay-out of juist door het toevoegen van plaatjes en/of multimedia onderdelen?

Jezelf profileren via het web wordt steeds belangrijker. Google je eigen naam, en zie in welke volgorde de zoekresultaten verschijnen. Gelukkig is Google gemakkelijk te beinvloeden. Wanneer je op een aantal toonaangevende finance of marketingblogs reacties plaatst, met je volledige naam, verschijnen deze links ook bovenaan op Google. Vaak omdat het veelbezochte pagina’s zijn en doordat deze pagina’s dus onlangs door jou zijn aangepast. Recruiters kijken vaak niet goed, en nemen aan dat jij je bemoeit met ingewikkelde, toonaangevende materie of zelfs werkzaam bent bij zo’n blog.

Pimp your profile, is een project dat Mediamatic, centrum voor nieuwe media, kunst en maatschappij, binnenkort gaat starten. Hierbij wordt aan bezoekers geleerd hoe ze zich digitaal zo optimaal mogelijk kunnen profileren. Dus niet alleen een mantelpakje en goede manieren, maar ook een goed verzorgd digitaal uiterlijk is anno 2007 meer dan belangrijk.

Uit onderzoek van ZDNet is gebleken dat 60% van de gebruikers van zoekmachines niet verder kijkt dan de eerste pagina en 90% niet verder dan pagina 3. Volgens een onderzoek van de AMC Academie zijn de drie meest populaire netwerksites: Hyves (met 37% van de 3000 ondervraagden de meest gebruikte sociale netwerksite), MySpace (11%) en LinkedIn(3%). Een P&O’er kan via Hyves snel meer te weten komen dan via brief en cv mogelijk is: van welke groepen je lid bent, wie er in je vrienden netwerkt zit en hoe je met je vrienden communiceert. Bovendien vinden veel P&O’ers het veel leuker zelf te snuffelen en zoeken dan een papieren cv zorgvuldig te bestuderen. Er bestaan speciale Human Resource Management-hyves en Recruitment-hyves. Ook zijn er hyves rondom bedrijven en merken. Een van de grootste is die van Albert Heijn met ruim 1200 leden: “ Voor alle mensen die bij Albert Heijn werken of gewerkt hebben”. Consultancy organisatie Accenture is ook erg actief bezig met het integreren van web2.0 en social computing in hun consultancy aanbod. Krem is een bedrijf dat corporate social networking oplossingen aanbiedt, interne netwerken voor alumni, customers en stakeholders en zo zijn er tal van andere bedrijven die ontstaan of beginnen een omslag te maken en realiseren hoe belangrijk de invloed van digitale informatie aan het worden is.

Goed, netwerking sites en digitale informatie worden dus steeds belangrijker. Er zijn echter nog steeds mensen die schrikken van de resultaten wanneer ze hun eigen naam in een zoekmachine typen. Ongeveer 80% van de mensen die hun naam op internet opzoekt, vindt die daadwerkelijk. In ruim een op de drie gevallen gaat het over henzelf, maar in de rest van de gevallen over iemand met dezelfde naam. Bovendien, hoe juist is de informatie die over iemand gevonden wordt op internet en hoe eenvoudig is het deze te manipuleren? Toch lijkt geschreven informatie op de een of andere manier nadrukkelijker en dus betrouwbaar. Het EPN, platform voor de informatiesamenleving waarschuwt voor informatie verwarring. Uit hun studie komt verder naar voren dat veel mensen voor of na de kennismaking met anderen diegene Googlen. Ongeveer 27% doet dit bij zakelijke contacten, 15% bij prive contacten. Vrijwel alle P&O’ers gebruiken hiervoor het internet.

Nu kun je je afvragen, wat kan ik er tegen doen dat er verkeerde of ongewenste informatie over mij op het internet wordt gevonden? Men kan denken in termen van ontgooglen. Maar veel interessanter is: hoe doe je er je voordeel mee? Wees creatief of vraag iemand die zelf creatief is om je hiermee te helpen. Niet alleen een goede cv, een goed mantelpak en een vlotte babbel is tegenwoordig belangrijk. Pimp je Hyves en pimp je Google results.

Voor meer informatie: laat een comment achter.

Hoe ziet de technologie er over 10 jaar in het onderwijs uit?

Feit is dat de digitale wereld bijna niet meer uit onze maatschappij weg te denken is. Journalisten vertrouwen blind op Google. Wikipedia, de online encyclopedie trekt meer lezers dan de New York Times. Op eBay verhandelen mensen meer dan 25 miljoen objecten per dag, dat aantal is even hoog als wat de grootste multinationals verhandelen.

Door Viola van Alphen

Volgens Charles Leadbeater (innovatie expert en auteur van “We-think: The power of mass creativity”) hielden de economische theorieën dit niet voor mogelijk, de verwachtingen waren dat consumentisme en grote kapitalistische bedrijven de boventoon zouden blijven voeren. Toch blijken er grote groepen mensen te zijn die vrijwillig werken aan de creatie van complexe producten en diensten waarop miljoenen mensen iedere dag vertrouwen, zonder financiële wensen of strakke leiding.

Dat haalt de organisatietheorieën onderuit: er blijkt orde te kunnen bestaan zonder leiding, en zonder een organisatie te zijn, kunnen we toch georganiseerd zijn. De orde en communicatie komt vanuit de communities zelf, creating a community of learners is niet voor niets deel van de onderwijsvisie van de VU.

Mensen zien zichzelf altijd als middelpunt in een heel netwerk, het community gevoel speelt daarop in. Mensen houden van vrij kunnen kiezen en van autonomie. De manier waarop we informatie opnemen, bepaalt hoe we de wereld zien. Massamedia lijkt gestuurd door de wensen van het grote publiek, er lijkt maar weinig plaats voor diversiteit in de traditionele media. Er is niet genoeg tijd, geld en capaciteit om de diversiteit van iedereen de ruimte te geven.

Bovendien vinden veel mensen het erg leuk om te produceren en geen passieve consument te zijn (al moeten ze hiertoe soms wel even worden overgehaald). Traditionele mediakanalen zitten snel vol: sinds het internet kan iedereen publiceren, filmen, produceren. Niet zelfbelang, financiële vergoeding, behoefte aan macht en status leidt mensen, ook niet-markt gerelateerde sociale vormen van productie werken goed omdat mensen zo hun passies, interesses en kundes kunnen uiten.

Hiernaast is volgens Leadbeater sociale productie van media ook goed voor democratie en de kwaliteit van het openbaar debat. Openbare media maakt het gemakkelijker voor mensen te uiten wat ze willen zeggen en om zich te organiseren, vrij te associëren en zelfregulatie.

Verder zorgt deze nieuwe vorm van media voor gelijkwaardigheid en globale ontwikkeling. Waarom zou voor internationale ontwikkeling voedsel, schoon drinkwater en medicatie niet veel belangrijker zijn? Yochai Benkler schrijft in “The Wealth of Networks”:

“Information, knowledge and culture are core inputs into human welfare. Agricultural knowledge and biological innovation are central to food security. Medical innovation and access to its fruits are central to living a long and healthy life. Literacy and education are central to individual growth, to democratic self-governance, and to economic capabilities. Economic growth itself is crucially dependent upon innovation and information. For all these reasons information policy has become a critical element of development policy and the question of how societies attain and distribute human welfare and well-being. Access to knowledge has become central to human development.”

Open source communities blijken zo succesvol omdat ze alleen al aan drie belangrijke werkvoorwaarden beantwoorden: hoe het gelijktijdig motiveren, coördineren en innoveren van mensen.

Creativiteit is volgens Leadbeater het antwoord op alle vraagstukken. Creativiteit leidt tot innovatie, zelfvoldoening, zelfontplooiing, een verbeterde democratische openbare discussie.

Creativiteit komt niet vanuit een paar begaafde personen, maar vanuit samenwerkingen en verschillende ideeën en debatten. Innoveerders bouwen bruggen tussen bepaalde ideeën, in een tijd waarin fushion hot is, zijn nieuwe combinaties het nieuwe code woord.

Goed, creativiteit in combinaties, open netwerken is dus waar de laatste ontwikkelingen op internet heen gaan. Maar hoe zit het nu precies met het onderwijs? Gaan we daadwerkelijk naar een situatie toe waarin elke student zijn eigen leerstof van over de hele wereld samen stelt met minder massa gevoelens en meer persoonlijke ontwikkeling? Kan er een structuur mogelijk zijn waarin dit toekomstbeeld reëel gaat worden, of zitten hier vele haken en ogen aan?

Op de VU merken we al dat studieboeken en wetenschappelijke artikelen digitaal te verkrijgen zijn, er is sneller te zoeken in journals, door de goede tags (zoekwoorden) en dus zal de wetenschap zich hopelijk met een versneld tempo kunnen ontwikkelen. Wetenschap en kennis zullen toegankelijker zijn over de hele wereld, iedereen kan Google vragen stellen en zo alles leren. Open source systemen zullen meer aandacht krijgen, niet alleen in de software, maar ook in de wetenschap, zodat wetenschap en kennis weer van iedereen worden.

Een aantal praktische toepassingen van verbeterde technologie zijn bijvoorbeeld huiswerkservices in China, veranderde controle van tentamens, meer aandacht voor creativiteit en co-creativiteit in het onderwijs. Mensen leren al massaal filmpjes maken, dure apparatuur is nu al verkrijgbaar tegen consumentenprijzen. Niet alleen tekst is on demand, ook instructievideo’s zijn nu al standaard te vinden op internet bij elk nieuw computerprogramma. Er zullen wellicht door de digitaal te volgen colleges minder reistijden, files etc zijn.

Doordat ook het 3D internet opkomt, zullen browsers wellicht vervangen worden door 3D omgevingen met 3D communities, die browsers en messengers integreren. De software om 3D mee te bouwen bestaat nu al van het niveau dat zelfs op kleuterscholen gedoceerd kan worden: er kan gesleept worden met blokjes, cirkels en piramides, de primitieve vormen waarop al het 3D bouwen gebaseerd is. Deze blokjes kunnen uitgerekt worden of platgedrukt, en met een texture van een aantal tegeltjes of een plaatje van een raam, kan er direct een virtueel huis gebouwd worden.

Maar, wat zijn nu de tegenargumenten? Leidt dit internet dat zichzelf steeds overal in integreert wellicht tot een verminderde aandachtsspanne? De zapcultuur wordt opgevolgd door het multitasken en de gewenning van de hersenen hieraan. In musea wordt al druk geëxperimenteerd hoe stoffige uitleg en lange teksten korter en levendiger kunnen, door plaatjes te gebruiken, bewegende beelden en soms zelfs interactie. Op de VU worden theorieën ook vaak in powerpointsheets en plaatjes samengevat.

Zijn internet en nieuwe technologieën niet verslavend? Waren televisie en telefoon dat niet ook? Is niet alles wat nieuw en leuk is een hele poos verslavend, wanneer mensen in de ontdekkingsfase zitten?

Leidt al dat digitale leven niet tot een vervanging van het echte leven en van echte communicatie, die toch veel rijker is? Ook dit punt is te weerleggen wanneer het vergeleken wordt met telefoneren. Telefoneren is minder rijke communicatie dan fysieke ontmoetingen en is dan ook een aanvulling in plaats van een vervanging van “het echte leven”. En wat is “echt”, dragen mensen in het echte leven niet ook vaak een masker?

Over de auteur Momenteel werkt Viola van Alphen op de Rietveld Academie met studenten aan een actueel project in de fysieke en virtuele werelden. www.creativeconsultants.tk

Empowerment is een woord dat je in de eerste jaren van organisatiewetenschappen tegen zult komen. Het gaat over het geven van meer “power”, meer bevoegdheden en mogelijkheden aan werknemers.

Bureaucratie zorgt over het algemeen voor meer regeltjes en meer afgebakende taken per medewerker. Vaak willen medewerkers klanten graag helpen, maar worden zij zo belemmerd in het uitvoeren van hun taken, zodat zij dit gewoonweg niet kunnen. In de ambtenarij ontwikkelen werknemers vaak een mechanisme van onvriendelijkheid en afgestomptheid, uit zelfbescherming.

Empowerment stelt werknemers in staat meer macht en invloed te hebben binnen een organisatie. Zo krijgen zij verantwoordelijkheid, authoriteit en vertrouwen zelf juiste beslissingen te kunnen nemen.

Dit leidt vaak tot meer efficientie, meer tevredenheid, betrokkenheid, etc. Bovendien kan door empowerment meer problemen zelf opgelost worden, bevordert het de zelfstandigheid en neemt het een gedeelte van de werkdruk van de manager weg. Bovendien is een werknemer zelf de persoon die al een ruim overzicht van het probleem heeft. Een goede manager is er een die zichzelf overbodig maakt, is het niet?

Mensen zelfstandig problemen op laten lossen door empowerment, leidt ook tot het beter gebruiken van de human resources: medewerkers hebben vaak nog allerlei andere, onbenutte vermogens. Het optimaal inzetten van de vermogens van de medewerkers is alleen maar tot profijt van de organisatie en zelfontwikkeling van de medewerkers.

Dit staat natuurlijk in groot contrast met de allereerste managementtheorieen zoals die van Taylor, waarin werknemers in eerste instantie gezien werden als domme arbeidskrachten, als vervangbare machineonderdelen en slechts werden afgerekend op hun productiecapaciteit.

Maar werknemers brengen niet alleen hun vele capaciteiten mee, maar ook hun netwerken en hun psychologisch kapitaal (Luthans et al, 2004). Luthans noemen het traditionele kapitaal: geld, meetbare bezittingen, het menselijk kapitaal: ervaring, opleiding, kennis, het sociale kapitaal: relaties, netwerk, vrienden, en voegen hier zelf het positief psychologische kapitaal aan toe: hoop, optimisme, zelfvertrouwen, veerkracht. Laatstgenoemde karaktereigenschappen zijn ook van grote waarde voor een mens, en voor een bedrijf. Het gaat hier om het ZIJN. Wat is een bedrijf, wat zijn haar core competencies? Het zien, ontdekken en aanboren van deze schat aan mogelijkheden, kansen en resources zijn van groot belang voor tevreden werknemers en om niet achter te lopen op de concurrentie.

Luthans et al zijn schrijvers in een nieuwe stroming organisatiedeskundigen. In de wetenschappelijke journals verschijnen er steeds meer artikelen op het gebied van POS, Postive Organizational Scholarship, een stroming uit de organisationele studies, die inzicht wil geven hoe het menselijk excellence te vergroten (bron: website POS) en dus het functioneren van een organisatie, omdat mensen het grootste kapitaal zijn van een organisatie (volgens de website van POS).

Echter, wat ik mis in het Positief denken is dat het lijkt dat positief denken alleen op HRM, en veranderingsmanagement niveau lijkt voor te komen, en niet op strategisch niveau. Bestaat er daar geen psychologisch kapitaal? Het traditionele kapitaal (goederen, gelden) is bekend, ook wat we weten en wie we kennen (de opkomende afstudeerrichting Kennismanagement aan de VU is hier een goed voorbeeld van), maar Luthans vierde onderdeel: wie we zijn: wat is een organisatie, wat is het psychologische kapitaal van een organisatie, lijkt alleen nog omschreven te worden in termen als core-compentence en eventueel Appreciative Inquiry: wat is de droom van een onderneming. Ook ik trek graag trends door en vraag me af waar deze trend heen gaat…

Luthans, F, Luthans, K.W, Luthans, B.C. (2004). Positive psychological capital: Beyond human and social capital. Business Horizons 47(1), pp 45-50. POS Positive Organizational Scholarship. Internet:
http://www.bus.umich.edu/Positive/Center-for-POS/What-is-POS.htm

Viola van Alphen schreef haar Bachelorscriptie over liefde/positiviteit in strategische besluitvorming en onderzocht hiervoor diverse strategie en (positive) organisatietheorieen.

Viola van Alphen

november 22, 2007

Viola van Alphen is studente Bedrijfswetenschappen en is sinds eind jaren 90 erg actief op het gebied van Nieuwe Media, zo is ze bijvoorbeeld de eerste persoon met een .nl domeinnaam en de eerste persoon met een voornaam in de usenetgroepen.

Voor diverse tijdschriften zijn er over haar activiteiten artikelen gepubliceerd en wordt nu regelmatig gevraagd voor lezingen.

Zie ook

http://www.changeisgood.nl
http://www.creativeconsultants.tk
http://www.sandwoman.tk